Ik ben verliefd op jou 30/5

Dit niet ter verontschuldiging, maar gisteravond na het Journaal blijven hangen om naar het Songfestival te kijken. Nou ja, eerst kwam 'Sieneke, de weg naar het Songfestival' nog langs, dat meer ging over haar terugweg. We zagen flarden van haar 'beste optreden ooit', constateerden dat het muzikaal niet al te best was, hoorden Marianne Weber troostend beweren dat 'Sieneke nog maar 18 is en een geweldige start van haar carriere heeft gemaakt - alsof het er niet om ging de hoofdprijs voor Nederland in de wacht te slepen - en waren getuigen van veel valse bijval van mensen die om het hardst riepen dat ze 'geweldig' was. Met alle respect: geweldig was het niet, het was tenenkrommend en je wenst zo'n zangeres in spé mensen toe die haar serieus nemen en hard met haar aan het werk gaan. Misschien dat het dan nog wat wordt. Infantiliteit moet toch niet een Nederlands exportproduct worden.
Toen kwam het Songfestival. Het moet vijfentwintig jaar geleden zijn geweest dat ik het heb gezien. Dat was in Den Haag geloof ik, toen men voor het eerst kon werken met een bewegend decor. Ik herinner me iets van balken en een ondergaande zon. Gefascineerd keek ik naar het decor van nu en raakte onder de indruk van licht en vooral: cameravoering. Bij elk nummer was het anders, soms ingetogen en langzaam, dan weer clipachtig met razendsnelle beeldwisselingen die je nauwelijks meer toonden dan een vermoeden van een act, maar het kan ook zijn dat ik te oud ben voor clips. Verder was er vuur, veel vuur en een presentatieteam met wisselende jurken en dito talen.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen: het Songfestival viel mee, de soberheid en eenvoud van de liedjes wonnen het van bombastisch geweld en af en toe was er een nummer dat ergens over ging. Ook de zangkwaliteiten van de winnende Duitse Lena konden nog wel wat worden bijgeschaafd, maar haar optreden was ongecompliceerd, orgineel en brutaal, zonder te willen behagen. Ik kreeg er bijna spijt van dat ik niet naar de Songfestivalkerkdienst van de Remonstranten was geweest, twee weken geleden, waar predikant Tom Mikkers zijn preek guitig afsloot met Sha la li, sha la la, Amen.
Tot ik vanmorgen opstond en merkte dat Sienekes liedje - het gedrocht van Pierre Kartner - zich tussen mijn oren had genesteld. Sha la li, sha la la begon het in mijn hoofd te zingen, zo ongeveer na het onbijt. Dat ik de tekst van het liedje niet kende maakte niet uit, ik liep de hele dag, getergd door rijmdwang, te dichten. Het houdt niet op, ga uit mijn kop, ik roep nu stop. Ik ben verliefd op jou, en ja ik blijf je trouw, hè toe hoe zeg ik dat nou. Mijn hormonen gaan tekeer, voor deze ene meneer, ook al wil ik niet meer. Je sleept me naar het begin, oh wat heb ik een zin, ik geef je zomaar mijn pin. Toegegeven, de laatste rijm is dom, maar rijmdwang begint bij het Sinterklaasgedicht en haalt zelden het niveau van poëzie. Dit ter verontschuldiging.
Pierre Kartner heeft aangegeven dat hij volgend jaar opnieuw de bijdrage voor het Songfestival wil schrijven. Dat moet verboden worden. Ik kan ook de eerstkomende vijftentwintig jaar het Songfestival mijden. Of zal ik proberen, als tegengif, één dagje heel hard aan Nana Mouskouri te denken? Zoiets zal het wel worden. Vanavond, zo ongeveer na het avondeten, neuriede ik zomaar het Smurfenlied bij de afwas. Wat is jullie grootste wens, smurfen maar dat snapt geen mens. Daarna kwam Sieneke weer terug. Ik ben verliefd op jou, hé hoe moet dat nou...