Oranje in ParijsHet is zondagavond tijdens de wedstrijd Nederland Spanje. Drie uur lang meander ik met de trein van Deventer naar Amsterdam Bijlmer, omgevallen bomen en draadbreuken ontwijkend. Buiten en ver weg speelt een wedstrijd die aan mij voorbij gaat. Op het station Amsterdam Bijlmer is het na aankomst opvallend stil. Ik stap over op de metro. Het treinstel is leeg op twee jongens van een jaar of vijftien na. 'Dit is al de derde keer' zegt de ene jongen somber, 'dit is al de derde keer dat we niet winnen'. 'Het is klote' zegt de andere jongen. Niet gewonnen dus, constateer ik. Op metrostation Reigersbos stap ik uit. Er komen mensen met de roltrap naar boven. Niemand zegt wat. In het winkelcentrum heerst bij de café's een vreemde rust. Er is geen reden meer om nog te blijven hangen. De spanning van de wedstrijd en de hoop op overwinning blijken de laatste weken het sociale bindmiddel zijn geweest. Met één balbeweging richting Nederlands doel is dit bindmiddel verdwenen. Thuisgekomen is de overbuurman bezig de vlaggetjes te verwijderen. Zijn vuvuzela verdwijnt in de vuilnisbak. Op straat hangt een raar gevoel van schaamte. De uitbundigheid heeft geleid tot het schaamteloos blootgeven van gevoelens van vreugde en verbondenheid. Nederland heeft zich naakt getoond in zijn saamhorigheid. En nu de overwinning uit is gebleven rest er niets anders dan je langzaam en zo ongemerkt mogelijk je weer terug te trekken in de schulp.
Ik zeg het maar niet hardop op straat, maar ik vind de rust na alle opwinding van de laatste weken erg aangenaam. Toch klopt die rust niet. Want al die miljoenen lijven hebben een energie opgeladen, die uit is op een ontlading. Niets is zo vervelend als een kus die uitblijft. Het geliefde elftal moet worden gekust.
Daarom werd vandaag gedaan alsof het elftal had gewonnen. En kreeg het een tocht door de grachten. En een ontvangst bij de Koningin. We deden alsof. Omdat de energie van een volk verlangt te culmineren in een hoogtepunt. Een voorspel kan niet zonder orgasme. Zo verbergen we de schaamte over de uitbundigheid, door deze alsnog van een doel te voorzien. Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat we gewoon graag willen omhelzen. En dat het niet te verteren is dat één doelpunt ons dat zou verbieden.

