Hoe voelt het? mailt een vriend mij, nadat ik vol opluchting heb verteld dat ik de laatste zin van mijn boek heb geschreven. "Ik weet het niet, zeg ik, onwennig geloof ik. Iets van een nieuw gevoel, iets onbekends en ook wel onbestemds, ik heb nog nooit een boek geschreven en weet ook niet wat het is om het af te ronden."
Zo'n zeven weken heb ik gereisd voor dit boek, elf retraiteplekken opgezocht in Schotland, Nederland, België, Frankrijk en Spanje. Reisverhalen zijn het geworden, die mij hebben veranderd al weet ik nog niet precies hoe.
Op de laatste plek die ik heb bezocht voerde ik, als onderdeel van de retraite, een lang gesprek met een filosoof. Ik vertelde hem wat mij was overkomen en leidde hem anderhalf uur lang door binnen- en buitenland. Een fragment:
"Dan krijgt het gesprek plotseling een wending en het karakter van een biecht als ik hem quasi schuldbewust vertel dat ik tussen de retraiteplekken door mijn toevlucht heb genomen tot een hotel in Arles, Zuid Frankrijk, waar ik ervan genoot om als hotelgast anoniem te kunnen zijn en ik elke dag een fles wijn kocht bij de aardige mensen van de receptie, die verder niets van mij hoefden en ik mij terugtrok op mijn koele, donkere en goedkope kamer, waar ik het beste kon schrijven. Ik hoor mij de woorden schuldbewust uitspreken als een belijdenis van mijn zonden, ik heb mij overgegeven aan een abjecte vorm van toerisme, ik hengel naar absolutie. Die absolutie komt niet, noch hoor ik Ludovic een vraag stellen naar mijn gemoed onder dit alles, dit terwijl ik zelf ooit geleerd heb om het stellen van invoelende vragen als het hoogste doel van een gesprek te beschouwen. Mijn gesprekspartner blijkt uit ander hout gesneden, hoort mij welwillend aan en stelt vragen ter verduidelijking, vragen of ik helder heb gekregen wat ik zocht en vragen of mijn vragen überhaupt wel de goede vragen zijn geweest. Het ontbreekt op een prettige manier aan empathie en begrip. We zitten in een filosofisch gesprek, niet in een pastoraal onderhoud.
Na anderhalf uur ben ik uitgepraat. Ik heb mijn verhalen voor het eerst aan een ander verteld, ze zijn nu niet meer alleen van mij en misschien zijn ze helemaal niet meer van mij, ze liggen tussen ons in. Het is alsof ik plotseling de kasten in de kamer met alles wat mij dierbaar is heb opengetrokken, en nu schrik van de enthousiaste wanorde, die volgens mij door een ander niet anders dan als rommel kan worden gezien. Het hoofd voelt leeg geworden nu, leeggeschonken lijkt het, als een fles die zijn laatste druppel heeft weggegeven. Zou een fles kunnen terugverlangen naar zijn inhoud? "
'Hemelse Oorden' verschijnt in september/oktober bij uitgeverij Meinema.

