Manuel had niet veel geld. Of beter gezegd: Manuel had helemaal geen geld. En ook geen werk, zodat hij geld kon verdienen. Manuel maakte zich grote zorgen. Hoe moest het nu met hem verder als er geen geld was?. Gelukkig had hij nog genoeg eten in huis. Maar ook dat eten werd elke dag minder en minder. Zo brak de dag aan dat het eten allemaal op was en er ook geen geld was om wat te kopen.
'Wat moet ik doen’, zei Manuel ’s morgens tegen zichzelf, terwijl hij naast zijn bed stond en de slaap uit zijn lichaam rekte. ‘Geen werk, geen geld en geen eten’. Hij liep naar de keuken om zich nog maar eens te overtuigen dat er echt niets meer was. Hij klom op een stoel om goed op de bovenste planken van de keukenkastjes te kunnen kijken.
Hé, wat zag hij daar? Achter, in de hoek van het kastje lag nog een pak rijst, hij pakte het vast en voelde dat het niets meer woog. Het pak was leeg. ‘Stom pak!’ riep Manuel boos en gooide het op de grond. Twee rijstkorrels, die nog in het pak zaten, vielen op de keukenvloer.
Manuel stapte van de stoel af en pakte de rijstkorrels op, legde ze op zijn hand en kreeg plotseling een geweldig idee.
‘Ik ga rijst koken,’ riep hij, ‘ik ga voor de hele buurt rijst koken en ik ga iedereen uitnodigen!’ Zo gezegd zo gedaan. Manuel deed de rijstkorrels weer terug in het pak en vloog naar buiten de straat op. Overbuurman Bert wilde juist naar zijn werk gaan. ‘Bert!’ riep Manuel, ‘kom je vanavond bij mij eten? Ik ga rijst koken voor de hele buurt.’
‘Dat is goed’ zei Bert, ‘dat komt goed uit, want ik ben pas laat thuis uit mijn werk. En weet je wat? Ik neem wat lekkers mee, een lekkere fles wijn.’ ‘Oké’, zei Manuel, ‘dan maken we er een echt feest van.’ Daarna ging Manuel naar tante Annie, die altijd achter de geraniums zat. Ook zij wilde graag komen eten. ‘Ik ga stoofpeertjes maken!’ ‘Prima!’ zei Manuel, ‘maar ik ga nu snel verder, ik moet de hele buurt nog af.’
Zo ging hij naar Kees-van-drie hoog achter, meneer en mevrouw Van Woutersen-Jansen, Luuk de garagehouder, Els van de dierenwinkel, de Familie Gunst met hun zeven kinderen en naar opa en oma Flink die in het bezit waren van een grote moestuin. Iedereen beloofde te komen en iedereen zou wat meenemen. Daarna maakte Manuel posters met het opschrift: ‘Vanavond rijst eten bij Manuel, groot feest, komt allen’. Dat laatste schreef hij met hele grote letters. De posters hing hij aan de lantaarnpalen in de straat én in de etalage van de dierenwinkel van Els.
Thuisgekomen zette hij een grote tafel midden in de kamer, zodat er voor alle gasten plaats zou zijn. Vanaf zeven uur kwam iedereen binnen. Tante Annie was het eerste met haar stoofpeertjes. Daarna kwamen opa en oma Flink en de andere buurtbewoners, die op hun beurt ook weer andere mensen hadden uitgenodigd, die Manuel niet kende. De tafel van Manuel kwam helemaal vol te staan met eten. Kip, aardappels, spaghetti, sla en worteltjes uit de moestuin, een hele grote pan soep, brood, pudding, haring en kabeljauw, toastjes, kaas en fruit, alles was er.
Tegen achten stond de fanfare op de stoep, die normaal in de garage van Luuk repeteerde. ‘We hebben gehoord dat er hier rijst gegeten wordt en wij komen gezellig mee-eten’, zeiden ze, ‘kunnen we ook nog een deuntje spelen.’ En zo gebeurde. Manuel heette de mensen welkom en het feest kon beginnen. Iedereen nam eten van de tafel en genoot van de lekkere dingen. De fanfare maakte muziek en het duurde niet lang of er werd vrolijk gedanst. Pas tegen middernacht liep het feest op zijn einde. Tante Annie klom op een stoel en vroeg de fanfare om te stoppen met spelen. ‘Lieve Manuel’, zei ze. ‘Namens de hele buurt wil ik je heel hartelijk danken dat je ons hebt uitgenodigd om bij jou rijst te komen eten.’ Iedereen klapte uitbundig. ‘Leve Manuel’ werd er geroepen, maar toen werd het plotseling stil, heel stil. ‘Rijst?’ zei Els van de dierenwinkel. ‘Ik heb helemaal geen rijst gezien. Hoe zit dat Manuel?’ Manuel verschoot van kleur. Hij rende naar de keuken en pakte het pak rijst dat nog op het aanrecht stond. ‘Hier is de rijst’, zei hij en legde de twee korrels op zijn hand. Toen begon iedereen daverend te lachen. Wat een geweldig feest was dit!
Als je heel stil bent dan kun je de vrienden van Manuel nóg horen lachen.

